Advies nadere regels re-integratievoorzieningen
Vraag van de gemeente
Op 30 juni ontving het Cliëntenplatform Participatiewet Utrecht (CPU) een adviesaanvraag van de gemeente voor de nadere regels m.b.t. re-integratievoorzieningen. Voordat het CPU een advies uit kon brengen, hadden de leden een aantal vragen voor de gemeente, waarop de gemeente antwoord heeft gegeven. Deze staan hieronder opgesomd.
1. Wie kunnen een beroep doen op de re-integratievoorzieningen? Is het alleen voor mensen in het doelgroepregister of gaat het om iedereen met een beperking volgens de definitie van het VN-verdrag handicap?
De re-integratievoorzieningen in de nadere regel zijn bedoeld voor de doelgroep van de Participatiewet (art. 7, lid 1a). De inwoner valt onder de doelgroep van de Participatiewet als de inwoner:
• algemene bijstand ontvangt; of
• een WIA uitkering heeft en ten minste twee aaneengesloten jaren werkt met een inkomen gelijk of hoger dan het minimumloon; of
• recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW), IOAW of IOAZ; of
• jonger is dan de pensioenleeftijd, geen werk heeft en bij het UWV geregistreerd staat als werkzoekende; of
• al een voorziening vanuit de Participatiewet ontvangt.
In de nadere regel staan aanvullende voorwaarden voor de re-integratievoorzieningen. De belangrijkste aanvullende voorwaarden – voor persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen – zijn:
• De persoon woont in Utrecht en is minimaal 18 jaar oud (tenzij er sprake is van VSO/PRO-onderwijs).
• De persoon heeft een arbeidsovereenkomst van minimaal 6 maanden en 12 uur per week.
• De persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen.
Enkel voor de overige voorzieningen geldt dat de inwoner een structurele functionele beperking / motorische beperking moet hebben als gevolg van een ziekte of handicap/gebrek (visuele en auditieve beperkingen gaan via UWV).
2) Gaat het om alle mensen men een structureel functionele beperking of gaat het alleen om mensen in het doelgroepregister?
De overige voorzieningen (vervoersvoorziening, meeneembare voorziening, werkplekaanpassing en intermediaire activiteit) zijn inderdaad bedoeld voor de inwoners uit de doelgroep van de Participatiewet met een structureel functionele beperking. Met andere woorden, niet alle inwoners uit de doelgroep van de Participatiewet kunnen een vervoersvoorziening aanvragen. Er moet aanvullend sprake zijn van een beperking.
3) Vergoeden van werkelijke reiskosten voor het openbaar vervoer (artikelen 3 en 4). De gemeente wil de werkelijke kosten voor reizen met het openbaar vervoer (tweede klasse) vergoeden, tot €25,- per dag. Betekent dit dat alleen de kosten boven de €25,- niet worden vergoed, of dat het hele reisbedrag niet wordt vergoed als het boven de €25 komt?
Dit betekent dat we alleen de kosten boven de €25,- niet vergoeden.
4) Ruimere kwaliteitseisen jobcoaching (artikel 8). Het is vanuit de Participatiewet verplicht om kwaliteitseisen op te stellen voor jobcoaches. Met de voorgestelde wijzigingen hoeven jobcoaches niet meer erkend te zijn bij het Erkenningskader uitvoering persoonlijke ondersteuning van het UWV. Ook andere organisaties zijn toegestaan. Daarnaast mag een niet-erkende jobcoach worden ingezet als die voldoet aan bepaalde voorwaarden, zoals minimaal hbo werk- en denkniveau, opleidingsmodule/training gevolgd voor jobcoach en aantoonbare ervaring met het geven van werkinstructies en de werkzaamheden van de werknemer/proefgeplaatste. Dit verbetert de uitvoerbaarheid van het beleid. Er worden kwaliteitseisen losgelaten, maar het is niet duidelijk hoe er nu getoetst wordt op kwaliteit en wat de ondergrens is.
Voor jobcoaching toetsen we of de jobcoach(organisatie) erkend is door of ingeschreven is bij minimaal één van de volgende organisaties:
a. Het Erkennings- en intrekkingskader uitvoering persoonlijke ondersteuning van het UWV;
b. Het Nationaal Jobcoachregister van Blik op Werk en de Nederlandse Vereniging voor Support (NVS);
c. De brancheorganisatie Organisatie voor Vitaliteit, Activering en Loopbaan (OVAL);
d. De beroepsorganisatie Beroepsvereniging van loopbaanprofessionals en jobcoaches (Noloc).
Als dat niet het geval is, moet de jobcoach voldoen aan alle volgende kwaliteitseisen:
a. de jobcoach heeft een hbo-opleiding afgerond of hbo werk- en denkniveau;
b. de jobcoach heeft een opleidingsmodule voor jobcoach gevolgd waarvoor een diploma/certificaat is behaald of in de praktijk binnen een organisatie een training tot jobcoach gevolgd (incompany training);
c. de jobcoach heeft aantoonbaar ervaring met het geven van werkinstructies; en
d. de jobcoach heeft aantoonbaar ervaring met de werkzaamheden die de werknemer/proefgeplaatste dient uit te voeren.
Advies van het CPU
De nadere regels voor re-integratievoorzieningen zien er over het algemeen goed uit. Het CPU blijft twijfels houden over artikel 8, de ruimere kwaliteitseisen voor jobcoaches. Het aanpassen van de kwaliteitseisen zal ongetwijfeld helpen bij de uitvoering. Het CPU weet niet of er een tekort aan jobcoaches is of dat er een wachtlijst bestaat voor jobcoaching. Indien de gemeente alleen tekorten weg wil werken, bestaat het gevaar dat dit een bezuinigingsmaatregel is om bestaande jobcoaches goedkoper te kunnen inhuren. Als dat het geval is, gaat dit ongetwijfeld gepaard met een daling van de kwaliteit in de ogen van onze achterban.
Daarnaast merkt een lid op dat de jobcoaching tot nu toe ondermaats is door restricties vanuit gemeentelijk beleid, waardoor het voor zowel jobcoach als cliënt een ‘kastje naar de muur’-verhaal blijft.
Een jobcoach doelgroepenregister meldde dat het tekort niet hoog is maar wel het verloop. Cliënten stagneren doordat ze steeds nieuwe personen krijgen toegewezen.
Het CPU adviseert de gemeente dan ook deze nadere regel opnieuw te bekijken en liefst aan te passen.